|
De tempel van Jagan Nath was één
van de vier meest verheven tempels van de Hindoe's. Het was de viering
van de inwijding van de afgod in de tempel, toen Guru Nanak daar aankwam
en de tempel bezocht. Niet om hun God te vereren, maar om de mensen te
onderwijzen dat het aanbidden van ÉÉN Almachtige God, superieur is aan
de onderwerping aan verschillende afgoden. Die avond brachten de
priesters een dienblad vol met brandende lichtjes, bloemen, wierook en
parels en allen stonden ze daar en offerden het dienblad aan hun heilige
afgod. De ceremonie werd 'Aarti' genoemd, een rite van toewijding. De
hogepriester nodigde de Guru uit om deel te nemen in de verering van hun
God. Tot grote woede van de priesters sloeg de Guru het aanbod om deel
te nemen aan de dienst af. Op de vraag waarom de Guru niet mee wilde
doen, verklaarde hij dat een wonderschone serenade door de natuur
gezongen wordt voor het altaar van God. De zon en de maan waren de
brandende lichtjes, gezet op het dienblad van het firmament en de
geurigheid, gevoerd van de Maleisische bergen dienden als wierook.
De Guru, daarom in plaats van de uitnodiging van de hogepriester te
accepteren om de afgod te aanbidden, sloeg zijn ogen op naar de hemel en
sprak de volgende Shabad (hymne) van Aarti (aanbidding):
"De zon en maan, O God, zijn Uw lichtjes;
het firmament Uw dienblad;
de kringen om de sterren, zijn de parels die erin gezet zijn.
Het parfum van het sandelhout is Uw wierook;
de wind is Uw waaier; al de wouden zijn Uw bloemen, O God van het Licht.
Welk een verering is dit, O Gij Vernietiger van geboorte? De ongeslagen
ritmes van extase zijn de bazuinen van Uw aanbidding.
U heeft 1000 ogen en toch geen enkel oog;
U heeft 1000 vormen en toch geen enkele vorm;
U heeft 1000 reine voeten en toch geen enkele voet;
U heeft 1000 reukorganen en geen enkel orgaan - Ik ben gefascineerd door
Uw schouwspel.
Het licht dat in alles is, is het Uwe, Oh God van het Licht. In zijn
schittering is alles stralend;
Door de leer van de Guru wordt het duidelijk.
Wat U behaagd is de werkelijke Arti.
Oh God, mijn geest is gefascineerd door Uw lotus houding zoals de hommel
met een bloem.
Dag en nacht hunker ik naar hen.
Geef het water van Uw genade aan de Sarang Nanak, opdat het moge
verblijven in Uw naam.
(Dhanasri Mohalla 1 {aangevende de muziek en geschreven door de eerste
Guru}, Aarti, p-663)
|