Sikhs In nederland

     sikhs.nl                                                                                                                                                                                                                      home | contact us | site map  

Luistert allen naar de eeuwige waarheid; degene die lief heeft zal God verkrijgen. -Guru Gobind Singh  

Sardar Hari Singh Nalwa (1791 - 1837)

Sardar Hari Singh Nalwa

 

Sardar Hari Singh Nalwa werd in 1791 geboren in Gujranwala (in het huidige Pakistan). Hij was de zoon van Gurdial Singh Uppal en Dharam Kaur.

Gujranwala was de hoofdstad van Sukharchakias voordat Lahore in het bezit van Ranjit Singh kwam. Gurdial Singh begeleidde Charrat Singh en Mahan Singh (respectievelijk grootvader en vader van Ranjit Singh) op al hun expedities en kreeg het dorp Balloke (bij Shahdera) in leenheerschap. Hij stierf tijdens een gevecht tegen de Afghanen in 1798. Hari Singh was toen pas zeven jaar.

Hari Singh was de opperbevelhebber in het meest turbulente Noordwestelijk Grensgebied van Ranjit Singh’s koninkrijk (bekend onder de naam Sarkar Khalsaji). Hij bracht de grens van de Sarkar Khalsaji tot vlak voor de ingang van de Khyber Pas. Acht eeuwen lang hadden bandieten die zich bezig hielden met roven, plunderen, verkrachten en gedwongen bekering tot de Islam gebruik gemaakt van deze route als ingang tot het subcontinent. Tijdens zijn leven werd Hari Singh een verschrikking voor de woeste stammen die deze gebieden bewoonden. Hij dwarsboomde met succes de laatste inval van vreemdelingen in het subcontinent via de Khyber Pas bij Jamrud, door permanent deze route te blokkeren. Zelfs na zijn dood verzekerde Hari Singh’s geweldige reputatie de Sikhs van een overwinning tegen een Afghaans leger dat hen vijf maal in aantal overtrof.

Hari Singh’s optreden als bestuurder en militair bevelhebber in het Noordwestelijk Grensgebied blijft ongeëvenaard. Gedurende twee lange eeuwen hebben Groot Brittannië, Rusland, Amerika en Pakistan geen kans gezien orde en recht in te voeren in dit gebied. Hari Singh’s spectaculaire prestaties dienden tot voorbeeld van de door Goeroe Gobind Singh gevestigde tradities, waardoor hij werd geroemd als de “Kampioen van de Khalsa”.

Jonge jaren

Na de dood van zijn vader vertrok zijn moeder, Dharam Kaur, naar haar ouderlijk huis om daar te leven onder de zorg van haar broers. Daar leerde Hari Singh Punjabi en Perzisch en hij leerde mannelijke sporten als paardrijden, zwaardvechten en omgaan met het geweer.

Maharadja Ranjit Singh organiseerde in zijn tijd sportevenementen waarbij ook vechtsporten werden beoefend en tijdens één van deze evenementen (rond 1805) toonde Hari Singh zoveel vaardigheid, dat Ranjit Singh hem onmiddellijk inhuurde als een van zijn persoonlijke begeleiders. Hari Singh verdiende al snel de reputatie dapper te zijn. Hij was nog maar een paar maanden bij de koning toen hij werd gevraagd de koning te vergezellen op de jacht. Tijdens de jachtpartij werd hij slachtoffer van een plotselinge aanval door een tijger. De aanval was zo ongemerkt ingezet en zo onverwacht dat hij geen tijd had om zijn zwaard te trekken. Hari Singh trad de levensgevaarlijke situatie met zulke dapperheid tegemoet, dat hij kans zag de kaak van het dier vast te grijpen en hem met grote kracht van zich af te slingeren. Daarna trok hij zijn zwaard en sloeg met één klap de kop van de tijger af. Vanaf die dag kreeg Hari Singh de bijnaam “Nalwa”  van de koning, die erkende dat Hari Singh de tijger op dezelfde wijze had gedood als Koning Nall dat placht te doen. (Koning Nall was een zeer moedige koning die bekend stond om zijn vermetelheid bij het doden van leeuwen en andere gevaarlijke dieren met zijn blote handen, dus vandaar dat Ranjit Singh hem met deze titel eerde. Nal-wa = zoals Nall). Dit was een van de eerste grote heldendaden van een van de meest geachte personen aan het hof van de Maharadja –  Hari Singh Nalwa.

De volgende dag werd Hari Singh benoemd tot kapitein van een regiment genaamd het “Sher-dill Regiment”.Zijn eerste opdracht en overwinning was de verovering van Kasur in 1807. De Maharadja gaf hem daarna de titel van Sardar (een adellijke titel) en schonk hem daarbij een aanzienlijk landgoed, hij huldigde opnieuw zijn moed in deze harde strijd.

De ballade spreekt:

Op zijn tiende jaar werd hij ingewijd (Pahul/Sikhs doop) in de Khalsa (de Grote Gemeenschap van de Sikhs) wat een bron van vreugde voor een ieder was.
Op zijn elfde jaar toonde hij zich een volleerd ruiter, kon brullen als een leeuw, en was gezegend met een enorme als door God geschonken kracht.
Tegen zijn twaalfde jaar vertoonde hij leiderschapskwaliteiten.
Toen hij dertien was, kon hij de Gurbani (Sikh Heilige Schrift) uit het hoofd opzeggen.
Op zijn veertiende, vermeldt Satirama, wilde hij een uitzonderlijk zwaardvechter worden en het lot was hem daarin uiterst gunstig gezind.
Op zijn vijftiende bevocht hij in volle wapenrusting een tijger en doodde hem. Hij zag er buitengewoon goed uit en zijn aura lichtte stralend.
De reputatie die hij sinds zijn kindertijd had opgebouwd was zo geweldig dat het simpele noemen van zijn naam genoeg was voor de vijand om eten en drinken te laten staan.
Op zijn zestiende, zegt Satirama, had Sardar Hari Singh een geweldige reputatie opgebouwd.
(Sitarama in Amar Singh, 1903)           

Hari Singh had verder deel aan vele glorieuze overwinningen van de Sikhs voordat hij opperbevelhebber werd in het leger langs het Noordwestelijk Grensgebied van het Sikh koninkrijk.

 

De slag om Sialkot

In 1808 wijst Ranjit Singh, Hari Singh Nalwa aan om Sialkot te veroveren op de heerser Jiwan Singh. Dit was de eerste slag onder zíjn bevel. De twee legers bevochten elkaar enkele dagen en uiteindelijk behaalde de zeventienjarige Hari Singh de overwinning. 

De slag om Multan

Op 24 februari 1810 valt de Maharadja samen met Sardar Hari Singh Multan aan. Het was een zeer zware strijd omdat het Multan fort versterkt was door de Nawab (gouverneur) van Bahawalpur. Zelfs na hevige bombardementen hielden de muren van het fort stand. Er werd voorgesteld dat enkele krijgers het fort zouden naderen om dynamiet te plaatsen en de muren op te blazen, dan kon het leger het fort binnendringen. Dit was in feite een zelfmoordactie, maar Sardar Hari Singh was de eerste die zich vrijwillig aanmeldde en de uitdaging aannam. Hij deed, samen met 74 anderen, wat nodig was en het Sikh leger ging het fort binnen en de slag was gewonnen. Maar Hari Singh was zeer ernstig gewond en er was weinig hoop dat hij zou overleven. Echter na enige tijd genas hij, tot grote vreugde van de Maharadja en het Sikh leger. Hij werd vanaf dat moment beschouwd als een uitzonderlijk soldaat en werd dienovereenkomstig geëerd door de Maharadja met meer landgoederen en geld. Zijn verdere veroveringen betroffen Mitha Tiwana, Uch en de historische overwinning op de Afghanen bij het Attock Fort.

Kashmir

Later in 1819, marcheerde het Sikh leger onder bevel van Sardar Hari Singh Nalwa richting Kashmir. Een zeer woeste strijd werd uitgevochten maar uiteindelijk werd Kashmir een deel van het Sikh koninkrijk.

Hari Singh werd tot eerste Khalsa gouverneur van Kashmir benoemd in 1820. Sardar Hari Singh bestuurde Kashmir op zo’n uitstekende manier dat de Maharadja zeer ingenomen was met hem, en om hem te belonen, gaf hij opdracht de Kashmir munt naar Hari Singh Nalwa te vernoemen. De “Hari Singh Rupee” kan tegenwoordig nog worden gezien in musea.

Hij bestuurde de provincie voor iets meer dan een jaar toen hij onder druk van de Sikh Voorwaarts Politiek werd teruggeroepen uit de provincie.

Terugkerend uit Kashmir veroverde Sardar Hari Singh onderweg Mangli, wat opnieuw een grote overwinning was. Hij bereikte Lahore op 28 november 1821, en de Maharadja was buitengewoon verheugd hem te zien en te vernemen over de triomf van Mangli. Het Sikh leger startte hun campagne met het innemen van Mungher, Hazara en Hari Pur, dat werd vernoemd naar Sardar Hari Singh.

De slag om Nowshera

De Sikhs vielen voor het eerst Peshawar binnen in 1818, maar bezetten het gebied niet. Ze stelden zich tevreden met het innen van belastingen van Yar Mohammed, de gouverneur aldaar (van de Barakzal stam). Diens halfbroer, Azim Khan in Kabul was zeer ontevreden met deze onderwerping aan de Sikhs en besloot de eer van de Afghanen te wreken door aan het hoofd van een grote legermacht in hun richting te marcheren. Hij wilde toegeven aan de smeekbeden van zijn Peshawar broeders en het verlies van Kashmir wreken.

Dit nieuws bereikte het hof van Lahore. Teneinde het probleem met de Pathanen (regionale leger) eens en vooral op te lossen, kregen de commandanten de opdracht net voldoende manschappen achter te laten om Peshawar te controleren en de rest te mobiliseren voor deelname aan de strijd. Toen Hari Singh dit bevel ontving, trok hij met zijn leger naar Attock. Prins Sher Singh trok daar ook heen en ontmoette hem daar. Ze bouwden een boot-brug over de rivier de Attock. Toen ze erachter kwamen dat de vijand een verdedigende positie had ingenomen in de velden bij Jahangira, voerden ze de volgende morgen een aanval uit. Het Pathanen leger was vier maal zo groot als dat van de Khalsa. Maar de moed en vermetelheid van de Sikh krijgers was genoeg om die overmacht te verslaan.

Toen Prins Sher Singh diep in de heuvels was doorgedrongen in een wilde achtervolging van de vijand liep hij in een val van de Pathanen. Hari Singh snelde toe om de omsingeling te doorbreken. Maar Azim Khan maakte van de chaos gebruik en sneed met een paar helpers de boten van de bootbrug los. De boten werden door de stroom meegevoerd. Op die manier werd de route waarlangs de versterkingen van de Khalsa werden aangevoerd afgesneden.

Toen de Maharadja en Baba Phoola Singh Akali met hun legers de rivier de Attock bereikten, waren ze uit het veld geslagen bij de aanblik van de vernielde bootbrug. Het gedonder van de strijd aan de overkant van de rivier horend, stormden ze, door emotie en vaderlandsliefde bevangen met hun paarden de rivier in. Maharadja Ranjit Singh volgde hen. De Afghanen waren totaal verbijsterd toen ze de Sikhs de rivier zagen oversteken. Een moslim fakir die getuige was van het hele gebeuren zei: “Toba, Toba, Khuda Khalsa Shud”. (God zelf streed mee in de gewaden van Khalsa, en wie zou God willen bevechten?)

Voordat de Khalsa kon deelnemen aan het gevecht, was de slag al gewonnen. Maar er stond nog een heviger slag op stapel. Ontelbare Pathanen verzamelden zich op het slagveld bij Naushehra onder de vlag van de Jihad. Er waren er ongeveer 40.000. Azim Khan kwam met 15.000 man en 30 kanonnen naar zijn broer toe en beval hem zich aan te sluiten bij de Pathaanse strijdkrachten bij Naushehra. De Pathanen zwermden uit als een wolk sprinkhanen.

De Sikhs richtte een smeekbede tot God, vragend om toestemming  de vijand aan te vallen. Daarna ging het Khalsa leger het slagveld op en viel de vijand aan. Uiteindelijk wonnen de Khalsa strijders de slag, maar de prijs was hoog: het leven van Phoola Singh Akali (een zeer belangrijk adviseur en strijder van Maharadja Ranjit Singh).

De overwonnenen vluchtten in de richting van Jalalabad achtervolgd door Hari Singh en zijn mannen, tot vlak voor de mond van de Khyber Pas. Hari Singh werd gevraagd daar voor een periode te blijven om  het bestuur op orde te brengen.

Gouverneur van Groot Hazara (1822-1837)

De mogelijkheid om het Noordwestelijk Grensgebied van het Indiase Subcontinent te behouden werd geschapen door de tomeloze inspanningen van Sardar Hari Singh Nalwa. Wat hij bereikte in dat gebied in de korte tijdsspanne van 15 jaar met beperkte middelen en te midden van de turbulentie tussen bevolkingsgroepen, was weinig minder dan een wonder. Hazara het centrum van de Sindh Sagar Doab (gebied in het huidige Pakistan, doab is een gebied tussen twee rivieren) was het belangrijkste van alle gebieden onder zijn bestuur. Zijn optreden in dit gebied is een van de beste bewijzen van zijn vaardigheden als militair bevelhebber en bestuurder.

Samenkomst met de Britse- Gouverneur Generaal

In 1831 werd Hari Singh afgevaardigd aan het hoofd van een diplomatieke missie naar Lord William Bentinck, Gouverneur-Generaal van Brits Indië.

De Ropar Meeting (district Ropar) tussen Maharadja Ranjit Singh en het hoofd van Brits Indië volgde kort daarop. De Britten wilden Ranjit Singh overhalen de Indus vrij te geven voor de handel. Hari Singh Nalwa sprak zijn sterke bedenkingen uit tegen dit plan. Zijn belangrijkste argument daartegen was het scenario m.b.t. de Satlujrivier – nl de gebeurtenissen in Brits Hindustan. Als zeer wakkere, waakzame militair en bestuurder begreep Hari Singh de militaire- en handelsbelangen van de Britten uitstekend.

Peshawar

De oude stad Peshawar, al meer dan 800 jaar een Afghaans bolwerk, werd door het Khalsa leger tot twee maal toe bevrijd in de negentiende eeuw, maar pas in 1834 werd het definitief onder het bestuur van de “verenigde staten” van Maharadja Ranjit Singh gebracht. In een brief van 12 mei 1834 van Ranjit Singh aan Kapitein Wad, diplomatiek agent in Ludhiana  staat: ”Door Gods goedgunstigheid ben ik op deze voorspoedige dag verheugd door zeer goed nieuws.  De Barakzai (Afghaaanse stam) edelen, hebben, niet getuigend van enig inzicht, mijn troepen met 12.000 man infanterie en voetvolk aangevallen bij dageraad. Kanwar Nau Nihal Singh nam de wapenen op om zich samen met Hari Singh en Mr. Court te verzetten, geholpen door de artillerie. Tenslotte werden de tegenstanders overmand door hun angst en trachtten zichzelf in veiligheid te brengen door te vluchten naar alle kanten. Peshawar viel in de handen van officieren van mijn regering. Zij breidden hun beschermende maatregelen uit voor de inwoners van het gebied en hun bezittingen. In de avond werd de stad verlicht. En zowel Hindoes als Mohammedanen zagen dit als een voorbode van hun bevrijding van de tirannen.”  De verovering van Peshawar is een van de grootste overwinningen van de Sikh koning Ranjit Singh. Die overwinning was voor het overgrote deel te danken aan het leiderschap en de moed van Sardar Hari Singh Nalwa.

 

De laatste grens – Jamraud

Jamraud ligt dicht bij de grens met Afghanistan. Hari Singh, zich bewust van deze ligging, had heel wat forten laten bouwen in het gebied, maar het belangrijkste, fort Jamraud had een belangrijke historische betekenis en ook zou het de plaats zijn waar de grootse Generaal Hari Singh zijn dood vond. Sardar Hari Singh werd opgeroepen om het fort te verdedigen. Het was onderbemand en werd derhalve voortdurend aangevallen door de Afghanen vanuit Kabul. Die strijd was al zo goed als verloren toen Hari Singh arriveerde en de zaken een gunstige wending gaf. Zijn naam alleen deed de vijanden sidderen. Terwijl de vijand werd nagejaagd in de richting van de Khyber Pas, werd Hari Singh geraakt door twee kogels in zijn bovenlichaam. Hoewel hij wist dat hij zwaar gewond was, liet hij niets merken, en hij ging rechtstreeks terug naar het fort. Daar hielp men hem van zijn paard. Vlak daarna verzamelde hij zijn commandanten en hij beval ze het nieuws van zijn dood stil te houden tot er versterking uit Lahore was. Zijn wonden werden verzorgd, maar hij overleefde niet. De Sikh koning verloor een uitzonderlijk man van buitengewone waarde.

Sir Lepel Griffin schrijft in zijn boek: “The Punjab Chiefs”:

“Hari Singh werd door twee kogels geraakt, een in zijn zij en de andere in zijn maag. Hij wist dat hij dodelijk gewond was, maar uit vrees zijn manschappen te ontmoedigen, wendde hij zijn paard en hij redde het terug tot zijn tent. Hij verloor het bewustzijn toen ze hem van zijn paard afhielpen en een half uur later stierf de dapperste van alle Sikh Generaals, de man die zo’n angst inboezemde dat Afghaanse moeders hun stoute kinderen dreigden met zijn naam.”

Fort Jamraud bleef onder beheer van de Khalsa tot 1849, toen de Punjab werd geannexeerd door de Oost India Compagnie. Daarna werd het slechts een politie post tot 1947, toen het hele subcontinent werd herverdeeld.

Jamrud Fort Built by Sardar Hari Singh Nalwa at the Khyber Pass

 

De slag om Jamraud (30 april 1837) was van groot belang in de geschiedenis van het Indiase subcontinent. Het gaf niet slechts een beeld van de machtsuitbreiding van de Sikhs tijdens 38-jarige regering van Ranjit Singh,maar was een totale ommezwaai in de 800-jarige geschiedenis van het gebied. Deze slag vestigde nieuwe grenzen van de Sikh Confederatie aan de uitgang van de Khyber Pas, aan de uitlopers van de Hindu Kush Bergen en zaaide grote vrees in het hart van het koninkrijk Kabul.

Toen Hari Singh geboren werd, stond het woord “Afghaan”  gelijk aan DOODSANGST in de Punjab. Ten tijde van zijn dood was elke Sikh in staat het tegen een veelvoud van Afghanen op te nemen. Toen Hari Singh Nalwa net was overleden, werd door de vrees voor zijn naam alleen, het hele leger van het Koninkrijk Kabul gedurende meer dan een week op afstand gehouden, ondanks het tekort aan troepen. Zo was er genoeg tijd om de versterkingen (de strijdkrachten van Maharadja Ranjit Singh) vanuit Lahore, Jamraud te laten bereiken.

De Afghanen trokken zich terug uit Jamraud zonder een van hun doelen te hebben bereikt. “Zelfs als die overwinning nog doorslaggevender was geweest”, stelde een schrijver van de Britse “Peshawar Gazetteer” 60 jaar later vast, “ zouden de Sikhs er nóg een heel zware prijs voor hebben betaald, met het verlies van zo’n moedige krijger als Hari Singh”.

Citaten

Rond 1881 ontspon zich een discussie in Engelse en Franse kranten over wie de meest succesvolle generaal in de wereld zou zijn. Sommige namen werden veelvuldig genoemd, zoals Napoleon, Lord Kitchener, veldmaarschalk Hindenburg, Generaal Corbusier en de Hertog van Wellington. Naast deze Europese namen werden ook genoemd Halaku Khan, Djengiz Khan en Alaudin in Azië. Maar toen de naam van Hari Singh Nalwa viel, boog de Britse auteur het hoofd in ontzag voor de meest succesvolle  generaal ter wereld. Want zijn triomf over Afghanistan, waar de Britse overheersers hadden gefaald ondanks hun onbegrensde bronnen aan mankracht en geld, was een ongeëvenaarde prestatie. Als Hari Singh dezelfde middelen tot zijn beschikking had gehad en dezelfde artillerie als de Britten, had hij Europa en het Midden Oosten kunnen veroveren. En niet slechts als militair was hij zo kundig maar ook als bestuurder van zeldzaam kaliber, een man met een voornaam en edel karakter, een geleerde, een mens met vooruitziende blik, begiftigd met een unieke gave tot zelfopoffering. Hij gaf zijn hele leven in dienst van Khalsa Panth.

De uitgever van de Tit Bits, een krant in Engeland schreef in een column rond 1881: “Sommige mensen zullen denken dat Napoleon een groot generaal was. Anderen zullen Hindenburg noemen, Lord Kitchener,  de Hertog van Wellington etc. Anderen die nog verder denken zullen de Khan’s noemen, Alaudin en Richard. Maar ik zal u vertellen dat in het noorden van India een generaal met de naam Hari Singh Nalwa van de Sikhs deze allemaal achter zich liet. Als hij langer had geleefd en dezelfde middelen tot zijn beschikking had gehad als de Britten, had hij een groot deel van Aziië en Europa veroverd…”.

 

Natuurliefhebber

Hari Singh Nalwa was een groot natuurliefhebber. De grootste waardering voor de tuin van Hari Singh in Gujranwala komt van Baron Charles Hügel. Deze Duitser wijdde zijn hele leven aan de studie van natuurlijke historie, met de nadruk op plantkunde en hovenierskunst (Ciolek, 1997: Internet). Hij ontwierp de beroemde Rococo Tuinen die nog steeds te zien zijn op het landgoed in Hiebing (bij Wenen) in Oostenrijk. Hij bezocht Hari Singh in Gujranwala in 1836. Dit is wat hij over dat bezoek zei:

De schitterende inrichting van de kamers in het paleis brachten mij niet half zo in vervoering als de tuin. Dit was de prachtigste en best onderhouden tuin die ik in India had gezien. De bomen hingen overvol met sinaasappelen, van de soort die in China bekendstond als mandarijnen, alleen deze waren veel groter en van hogere kwaliteit, hier werden ze de Santreh sinaasappel genoemd. Hari Singh had ook de “plane-tree”  (een plataan-achtige, vruchtdragende boom) uit Kashmir geïmporteerd, die het buitengewoon goed schijnt te doen in zijn nieuwe omgeving. Een bijna overweldigende geur kwam van de gele tijloos (een narcis-achtige), die daar zeer uitbundig groeide en ongelooflijk groot was. Geen tuin, eerlijk gezegd, had zo zorgvuldig getooid kunnen zijn met  zoveel verschillende variaties aan bloemen en planten. Het was overduidelijk een van de belangrijkste vreugden en soms bezigheden van de eigenaar; het herinnerde mij aan mijn eigen tuin thuis.

(Hügel, 1845: 253-4)

Karakter

Ten tijde van Ranjit Singh, strekte het Sikh koninkrijk zich uit van Delhi tot Kabul in Afghanistan. Maharadja Ranjit Singh’s voornaamste generaal was Hari Singh. Hij was een Rehatvaan, een devote en orthodoxe Sikh.

Op een dag had Hari Singh met zijn leger een kamp opgezet bij Jamraud in Afghanistan en een moslim vrouw uit de buurt, met de naam Banno had hen gadegeslagen. Ze vond Hari Singh heel knap en aantrekkelijk en verlangde een onwettige relatie met hem.

Op een dag kwam zij Hari Singh bezoeken. Hij zat in zijn tent en de Sikh bewakers vertelden hem dat er een vrouw was die hem wilde spreken. Niet wetend wie de vrouw was of wat zij van hem wenste, gaf hij  toestemming voor een ontmoeting. Banno zei:  “Ik heb gehoord over de Sikhs. Jullie zijn bijzondere mensen. Ik heb jullie van afstand gadegeslagen. Ik ben niet getrouwd en ik heb geen kinderen, maar ik wil graag een zoon die net zo is als u.”

Hari Singh begreep de bedoelingen en de wens van de vrouw niet en zei: “Moge Waheguru (God) u zegenen en u een zoon geven met de goede eigenschappen van een Sikh. Banno antwoordde wat geërgerd: “Ik wil een zoon van ú heer!”.

Hari Singh antwoordde: “Ach zuster! Ik ben al getrouwd. Het spijt me, maar ik kan niet met u trouwen of u geven wat u wilt.”

Banno kreeg tranen in haar ogen van teleurstelling. Terwijl ze op het punt stond te vertrekken, zei ze: “Ik had gehoord dat uw Goeroe Nanak Dev (oprichter van het Sikhisme) groots was en dat nooit iemand zijn huis met lege handen verliet, maar vandaag word ik afgewezen zonder dat mijn wens voor een zoon vervuld wordt.”

Hari Singh, in hart en nieren een Sikh, gaf als antwoord: “Het is waar dat niemand met lege handen het Huis van Goeroe Nanak verlaat. Ik kan u geen zoon geven; maar als u een zoon wenst zoals ik, dan zal ik in plaats daarvan, als u dat kunt aanvaarden, voortaan uw zoon zijn en ik zal u als mijn moeder beschouwen.”

Banno was geschokt en overweldigd door Hari Singh’s oprechtheid, zijn verheven moraal en zijn geloof in De Goeroe. Ze zei:”Ik had gehoord dat de Sikhs eervolle mensen waren, maar vandaag heb ik dat met eigen ogen aanschouwd.” Vanaf die dag noemde Hari Singh haar “Maa” (moeder) en zei noemde hem “Putar” (zoon).

Sir Henry Griffin (1838-1908), de beroemde Britse hoogwaardigheidsbekleder en vooraanstaand schrijver van verhandelingen over de Sikhs, noemde Hari Singh Nalwa heel toepasselijk “MOORAT”, het boegbeeld van de Khalsa. De kracht, de macht en het succes van Hari Singh kwamen van zijn TOEWIJDING aan de heilige teksten, zijn grote DISCIPLINE (REHAT) en zijn GELOOF in Akaal Purakh (de tijdloze Heer).

Epiloog

Hari Singh was een zeer bekwaam militair bevelhebber die de grenzen van het Sikh koninkrijk verlegde tot in het hart van het koninkrijk van Kabul in het huidige Afghanistan. Hij voerde behendige strategieën uit en gaf blijk van groot militair inzicht in zijn verschillende campagnes, tegelijkertijd zijn manschappen bezielend door steeds aan het hoofd van zijn troepen te gaan. De morele toewijding aan zijn plicht als Gouverneur van Groot Hazara en Peshawar (tegenwoordig de Noordwestelijke Grensprovincie van Pakistan) was exemplarisch door zijn bestuurlijke scherpzinnigheid, die wortelde in het handhaven van de waarden van integriteit en rechtvaardigheid in zijn bestuur. Tijdens zijn gouverneurschap werden de rechten van de verschillende gemeenschappen gelijkelijk beschermd.

Het is oprecht tragisch dat Hari Singh niet meer in leven was toen Maharadja Ranjit Singh ji in 1839 overleed. Als hij nog in leven was geweest, had hij, samen met Sardar Sham Singh Atari, de Sikhs nimmer slaven laten worden van de Britten.

 

Dutch Translation by : Sonia Vanwaelem

   
See Also :   Geschiedenis van het Sikhisme(1748 - 1783)
              -  Akali Baba Phoola Singh Ji
              -  Goeroe Gobind Singh ji
              -  Hari Singh Nalwa & Begum Bano 
 
 
     

Previous

Main Index

Next

All rights reserved (c) www.sikhs.nl