|
Kashmiri Brahmanen komen
naar de Guru |
 |
|
|
Godsdienstvrijheid: Niemand zou gedwongen moeten worden te bekeren en
iedereen zou de vrijheid moeten hebben om zijn/haar religie te kiezen.
Een afvaardiging van Kashmiri Pandits (Hindoe Brahmanen) kwamen naar
Anandpur. In tranen van afschuw vertelden zij verhalen over
verschrikkingen en lijden aan de Leermeester. De achtjarige zoon van de
Guru liep tijdens het gesprek binnen, zag de Brahmanen en vroeg waarom
deze mensen tranen in hun ogen hadden. De Guru antwoordde: "De Keizer
van India (Aurangreb) bekeerd Hindoes tot de Islam onder dwang van zijn
zwaard en komt er geen einde aan de smart van deze mensen."
"Wat is de oplossing, vader?", vroeg de zoon.
De Guru antwoordde:" Dit verlangt opoffering. Opoffering van een heilige
en oppermachtige ziel." Zijn zoon zei hierop: "O lieve vader, wie is er
heiliger dan U in deze tijd? Ga en biedt uw hielp aan. Redt deze mensen
en hun geloof." Toen de Guru dit hoorde, verzocht hij de Brahmanen uit
Kashmir om naar de Keizer te gaan en hem het volgende te vertellen:
"Guru Tegh Bahadur, de negende Sikh Guru, heeft nu zitting op de troon
van de Grote Guru Nanak, die de beschermer is van geloof en religie.
Maak van hem eerst een Moslim en alle mensen inclusief onszelf, zullen
uit eigen, vrije wil het geloof van de Islam aannemen."
De Guru werd ontboden in Delhi
De Pandits gehoorzaamden en brachten de boodschap over naar de Keizer.
Toen de Keizer dit voorstel hoorde, was hij direct erg ingenomen, omdat
hij dacht dat het veel makkelijker zou zijn om maar één persoon te
bekeren dan de hele groep. Hij zei: "Als de Guru geen Moslim wordt, laat
hem ons dan op z'n minst een wonder tonen." Hij hoopte dat er een grote
toetreding tot de Islam zou volgen van Hindoe en Sikh bekeerlingen,
wanneer de Guru eenmaal was bekeerd. De Keizer zond daarom zijn afgezant
om de Guru (India) uit te nodigen om naar Delhi te komen. De Guru
ontving het bericht van de Keizer en schreef terug dat hij na het einde
van het regenseizoen naar Delhi zou komen.
Het martelarenschap van Guru Tegh Bahadur
De Guru nam afscheid van zijn familie en zijn toegewijde Sikhs en begon,
omstreeks juni-juli, zijn reis naar Delhi. Vanuit Anandpur reisde hij
door Kiratpur, Rupar en verschillende dorpen, voordat hij aankwam in
Saifabad in de staat Patiala om zijn moslimvriend Saif ul-Din te
ontmoeten. Hij bleef een tijd bij hem en Saif ul-Din werd zijn discipel.
De Guru vervolgde daarna zijn reis door verscheidene dorpen en verleende
wereldlijke en spirituele hulp aan zijn discipelen en bereikte
uiteindelijk Agra, waar hij kamp opsloeg in de tuinen buiten de stad.
Aan het einde van het regenseizoen zond de Keizer opnieuw boodschappers
om de Guru's aankomst in Delhi te bespoedigen. Toen de boodschappers de
Guru niet aantroffen in Anandpur, vertelden ze de Keizer dat hij was
gevlucht. Een bevel werd uitgevaardigd en door het hele rijk verspreid
om de Guru te vinden en te arresteren. Er bestaan verschillende
opvattingen over de plaats waar de Guru is gearresteerd. Volgens de Sikh
getuigenissen leefde er een oude, arme man, Hasan Ali, in Agra. Hij wist
dat er een arrestatiebevel tegen de Guru was en dat de persoon die hielp
met zijn aanhouding kon rekenen op een beloning van 1.000 roepie's.
Hasan Ali bad: "O Guru, als U ooit gearresteerd wilt worden, alstublieft
doe dat dan via mij. Dit bezorgt me wat geld, waarmee ik mijn familie
uit de greep van kwellende armoede kan trekken." De Guru, een vorser van
mensenharten, kwam naar Agra om via Hasan Ali gearresteerd te worden.
Uiteindelijk werd hij naar Delhi gebracht. Er waren drie Sikhs; Bhai
Mati Das, Bhai Dayala en Bhai Sati Das bij de Guru. Ook zij werden allen
gearresteerd en naar Delhi gebracht.
|
 |
 |
 |
|
Bhai Mati Das |
Bhai Dayala |
Bhai Sati Das |
|
De Keizer legde uit dat wie de
Islam zou omarmen, beloond zou worden met rijkdom, land, benoemingen en
de opbrengst van landerijen. De Keizer probeerde de Guru hierin te
verleiden: "Zo zult U veel discipelen krijgen en U zult een grote
heilige van de Islam worden. Accepteer daarom mijn religie - de Islam en
wat Uw hart begeert, zult U van mij krijgen. Maar de Guru weigerde.
Hierop werd bevolen de Guru op te
sluiten met voldoende bewakers om hem heen. De Guru bleef acht jaar in
de Delhi gevangenis. Hij kreeg drie keuzes voorgelegd: eén, omarm de
Islam. Twee, verricht een wonder of drie, bereidt U voor op de dood. De
Guru antwoordde dat een wonder verrichten tegen God's Wil was en dat hij
dus niet kon instemmen met het verzoek van de Keizer en dat de Keizer
mocht doen wat hem goed leek. De Guru werd daarop bloot gesteld aan
extreme martelingen.
Er wordt gezegd dat de Keizer de
Guru eerst probeerde te intimideren door de andere Sikhs voor zijn ogen
te martelen. Eerst werd Bhai Mati Das tussen twee pilaren gebonden en
doormidden gezaagd. Toen de beulen de zaag op zijn hoofd zetten, begon
hij de Japji (de 1e Bani {hymne} uit de Guru Granth Sahib) te reciteren.
Men zegt dat hij doorging met het reciteren van Japji, toen zijn lichaam
in tweeën werd gesneden en dat hij pas stil hield toen hij de volledige
Japji gereciteerd had. Dit was een wonder van Guru's Genade. Als tweede
werd Bhai Dayala dood gekookt in een ketel heet water. Men zegt dat de
derde metgezel, Bhai Sati Das, met katoen om zijn lichaam gewikkeld,
levend werd geroosterd. De autoriteiten meenden dat deze martelingen de
Guru zouden doen beven, maar niets kon en niets kan het Goddelijke Licht
(de Guru) doen wankelen.
De laatste kans werd aan de Guru
gegeven: "U zult het geloof van de Islam omarmen of U zult een wonder
verrichten. Als U een wonder verricht, mag U Guru blijven. Als U de
Islam aanneemt, dan zult U bevorderd worden in een verheven positie. Als
U nalaat om dit aanbod te accepteren, zullen we U ter dood brengen. Dit
is mijn laatste besluit." De Guru sloeg het aanbod opnieuw af en
benadrukte: "De dreiging met de dood bevreesd mij niet. Ik ben op de
dood voorbereid en ik accepteer het blijmoedig."
|
|
Nadat de keizer dit antwoord had
gehoord, beval hij de Guru te executeren. Hij werd uit zijn kooi gehaald
en toegestaan om zijn reinigingen uit te voeren. De beul nam daarna zijn
zwaard en scheidde in een fractie van een seconde het hoofd van de Guru
van zijn lichaam. Dit vond plaats in november 1675 in Chandni Chowk,
Dehli. Gurdwara Sis Ganj is daar gevestigd ter nagedachtenis aan Guru
Tegh Bahadur. De Gurdwara werd gebouwd door Sardar Baghel Singh
Karor-Singheiye in 1790.
De geschiedschrijvers hebben opgetekend dat een woedende storm direct
door de menigte woedde na deze wrede daad die ieders ogen vulde met
tranen. Bhai Jaita (een lokale Sikh) stormde uit de menigte en nam
onmiddellijk het heilige hoofd van de Guru en bracht het naar Anandpur.
Daar werd het in een volledige ceremonie gecremeerd. De tiende Guru
(Guru Gobind Singh Ji) ontving Bhai Jaita die tot een achtergestelde
klasse behoorde, omarmde hem en zei:
"Rangretteh Guruke Bettei."
|
 |
|
Lakhi Shah was een beroemde
aannemer in Delhi en hij was ook een volgeling van de Guru. Hij leegde
de lading kalkstenen van zijn karren vlakbij de Rode Fort. Gebruik
makend van de duisternis en de onoplettendheid van de Mongoolse wachters,
voerde hij met behulp van zijn zonen het heilige lichaam van de Guru weg
op één van zijn wagens. Bevreesd voor een vergelding van de keizer
bouwden Lahki Shah en zijn zonen een brandstapel in hun eigen huis en
staken hem aan. Toen het lichaam geheel tot as was vergaan, schreeuwden
ze dat hun huis vlam had gevat en riepen ze de hulp van hun buren in om
de brand te blussen. Op deze plek staat een Gurdwara, Rakab Ganj,
vlakbij het parlement in New Dehli (India).
|
|
See Also :
Goeroe Tegh
bahadur
-
Guru Tegh Bahadur Ji en Kashmiri Pandits (Vrijheid van godsdienst)
-
Respect voor de plaats van Eredienst |
| |
|
Previous |
Main Index |
Next |
|